vrijdag 15 november 2013

De tekening


Het schilderen heb ik al een tijdje achter me gelaten. De belangrijkste reden hiervoor is dat mijn huisje te vol raakt met al die doeken. Slechte reden, maar toch.
Het kriebelt al een tijdje. Dat gevoel van ‘het zit erin en moet eruit’, een gevoel dat me af en toe belaagt en voordat ik me herinner wat die onrust betekent ben ik meestal een paar dagen, soms zelfs weken verder. Maar ik schilder niet meer. En nu?
Gelukkig bedenk ik tijdens de ergste kriebel sinds lang, dat ik nog schone lege vellen papier in een verweg- map heb, en ook herinner ik me dat ik nog van die fijne gekleurde contékrijtjes heb. Het is even zoeken maar dan kan ik los.

Zoals meestal heb ik geen idee wat ik zal tekenen, en ik kies instinctief een paar zachte kleuren uit. Deze voorkeurkrijtjes heb ik in de linkerhand en mijn rechterhand laat ik zachtjes over het papier gaan. Als in een trance ga ik door. Ik begin met oranje, zachte lijnen over het lekkere nog steeds vertrouwd zijnde papier. Het gevoel van de aanraking van krijtjes en papier roept een oergevoel op.  Oranje, daarna een beetje roze. Zacht, hard, zachte vlekken, harde lijnen die accenten zetten. Ik vergeet alles om me heen. Eerst teken ik alleen, maar dan gaat de schilder in mij de vlakken vullen.
Ik ben klaar. De tekening ligt op een harde plank voor me op de bank en ik zit zelf in een soort kleermakerszit. Ik buig naar voren om het gruis van de conté weg te blazen. Okee, ik stofzuig zo wel even. Ik wil de tekening even van een afstand bekijken en dus ren ik naar boven waar ik me een doosje met spelden herinner. Terug beneden zoek ik naar een oude bus met haarlak om het krijt te fixeren. Het stinkt en is ongezond, maar het moet even. Psssjt, pssjt, ook dat is een oud vertrouwd ritueel. Lekker.
Voorzichtig pak ik de toch nog afgevende tekening vast en met spelden steek ik hem in het behang naast de teevee in mijn woonkamer, zo heb ik vanaf de bank goed zicht op de tekening.

Nadat ik een kop koffie heb gemaakt nestel ik me tevreden in de bank, en kijk, en kijk, en kijk. Ik ben verbaasd en stil. Jaren heb ik niet getekend, okee, wel Humbles*, maar dat is in een andere stijl, en nu zie ik een tekening die precies lijkt op hoe ik als jong meisje al tekende. Krabbels in schriften en agenda's, alles stond vol. De tekening lijkt er op maar is volwassener. De ontwikkeling gaat kennelijk door ook al teken je een tijd niet.
            Meer verbaasd ben ik over de tekening zelf, de voorstelling.
Het jonge meisje met de mijmerende blik ben ik. Nog steeds. Het verlangen naar Afrika is overduidelijk aanwezig. Toen al, en nog steeds. De Afrikaanse huisjes en de kleuren. Rechts onder zie ik mezelf terug, jaren later. Dat ben ik ook, nu, op deze leeftijd, maar het meisje is er ook nog steeds, diep van binnen.

Ondanks alles is dit het beste teken dat ik op mijn eigen weg zit. Een pad dat ik niet kan tegenhouden of ontkennen. Hoe moeilijk de weg ook is, of misschien alleen maar lijkt. Ik moet niet opgeven. Afrika zit in mijn hart, in mijn bloed.
            Kennelijk moest ik deze tekening maken om me dat te realiseren. ‘Het zit er in en moet er uit.’ Wanneer mijn gedachten me in de weg zitten grijp ik naar de mij meest vertrouwde manier om naar binnen te reizen en te ontdekken wat ik eigenlijk wel weet. En dus hou ik nog even vol, en ga door op de mij soms zwaar vallende weg van wachten en frustraties. Afrika en ik zijn één, ooit zullen we fysiek samen vallen en kan ik terug naar huis, naar mijn mama Afrika.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten